20 november 2007

6 redenen om te lachen


Herinneren jullie je nog dat ik hier schreef dat lachen goed is om onze rechter hersenhelft te stimuleren? Wel, dit weekend ontmoette ik iemand die aan lachyoga doet en dus lachsessies organiseert. En van hem kwam ik nog enkele andere interessante dingen over lachen te weten:

  • Er zijn in België 30 lach-organisaties die lach-sessies organiseren.
  • Terwijl kinderen wel 300 keer lachen per dag, doen volwassenen dat maar 15 keer. Wat schandalig weinig is!
  • Lachen is goed tegen stress. lachen zorgt er namelijk voor dat een aantal stress-hormonen terug worden afgebroken.
  • Door te lachen onstpan je je eigen lichaam én verbruik je tegelijkertijd tot 250 cal per half uur.
  • Om te kunnen lachen, is het belangrijk dat je de controle en het denken kan loslaten en het kind weer in je kan toelaten. Leren lachen helpt je daarom om de dingen beter te relativeren en om meer plezier te hebben.
  • En om al het vorige samen te vatten: lachen is gezond!

4 opmerkingen:

Luc zei

Dag Jef,

hier nog eens een paar gedachten, waarvoor ik vroeger al eens een oud boek geraadpleegd had, maar bij gebrek aan scanner niet gepubliceerd heb.
Over humor nadenken, maakt het misschien minder plezant, maar ik vind de benadering van Arthur Koestler in 'De menselijke tweespalt' 1981 (Oorspronkelijk Janus, a summing up) zeer verhelderend.

Ik heb het boek eens gekocht na een seminarie bij de nonnen tijdens mijn normaalschool periode. Alle nonnen waren aan het slapen, maar ik was blijkbaar wakker toen.
Alhoewel Koestler in hetzelfde boek de evolutie theorie van Darwin nogal karikaturaal afwijst, kan hij aan de hand van humor, creativiteit en emotie de spanning tussen de oude hersenen en nieuwe hersenen aantonen.

Dus toch weer hersenen ...

Groetjes
Luc

VI
Humor en geestigheid

1.
De theorie over de menselijke creativiteit, die ik in eerdere boeken heb ontvouwd, was bedoeld om aan te tonen dat alle scheppende activiteiten — d.w.z. de bewuste en onbewuste processes die aan de drie gebieden van artistieke originaliteit, wetenschappelijke ontdekking en komische inspiratie ten grondslag liggen — op één en hetzelfde grondpatroon be¬rusten. Deze drie gebieden, die zonder scherpe afbakening in elkaar overlopen, worden afgebeeld door de drie panelen van het volgende drieluik.

HA-HA - AHA - AH...
Komische vergelijking - Verborgen analogie - Metafoor
Karikatuur - Diagram - Stilering
Persoonsuitbeelding - Empathie - Illusie
Woordspeling - Woordspelletjes - Rijm
Botsing - Synthese - Confrontatie
Coïncidentie - Toevalsontdekking -Deus-ex-machina
Zelf-assertief -----------Zelf-transcenderend

De betekenis van dit drieluik zal in de loop van de komende bespre¬king duidelijk worden.
Het scheppingsproces laat zich, verrassend genoeg, het best illustre¬ren aan de hand van humor en geestigheid. Dit hoeft ons echter minder te verbazen, wanneer we bedenken dat 'geestigheid' een dubbelzinnige term is, die zowel betrekking kan hebben op grappigheid als op vernuft of vindingrijkheid.
Zowel de nar als de ontdekkingsreiziger dienen te vertrouwen op hun tegenwoordigheid van geest, en zoals we zo dadelijk zullen zien, vormen de raadsels van de nar als het ware een achterdeur die toegang geeft tot het binnenste heiligdom van de creatieve originaliteit. Dit is tevens de reden waarom we dit onderzoek zullen beginnen met een analyse van het komische.
Misschien vindt de lezer dat ik voor humor onevenredig veel plaats inruim, maar de bedoeling hiervan is, zoals ik al zei, om ons via een achteringang te introduceren tot het creatieve proses in kunst en weten¬schap. Bovendien leent dit hoofdstuk er zich tevens voor om als een op zichzelf staande verhandeling gelezen te worden — in welke hoedanig¬heid het de lezer wellicht enige momenten van luchtige ontspanning kan bezorgen.

2.
Humor laat zich, in al zijn kleurrijke facetten, eenvoudig definieren als een bepaald soort prikkeling, dat de lachreflex pleegt op te wekken. Spontaan lachen is een motorische reflex, bestaande uit de gecoördineerde en volgens een vast patrons verlopende contractie van 15 aange¬zichtsspieren, vergezeld van bepaalde veranderingen in de ademhaling. Elektrische prikkeling van de zygomaticus major, de voornaamste hefspier van de bovenlip, met stroomstootjes van uiteenlopende sterkte, leidt tot gelaatsuitdrukkingen die varieren van een flauwe glimlach tot een brede grijns en de grimassen bij een onbedaarlijke lachbui. (Vanzelfsprekend is in geciviliseerde samenlevingen het lachen of glimlachen veelal con¬ventioneel bepaald, wat impliceert dat de spontane reflex-activiteit ver¬vangen of aangevuld wordt door doelbewuste inspanningen; ons gaat het hier evenwel alleen om het spontane lachen.)

De drie domeinen der creativiteit

Het inzicht dat lachen niet meer is dan een nederige reflex confronteert ons onmiddellijk met enkele paradoxes. Bij motorische reflexes, zoals de contractie van de oogpupil bij fel licht, gaat het om eenvoudige responsen op eenvoudige prikkels die een duidelijke functie hebben voor voortbestaan. Daarentegen treft de onwillekeurige samentrekking van 15 aangezichtsspieren, vergezeld van bepaalde onbedwingbare geluiden, ons als een activiteit zonder enig praktisch nut, die met de strijd om het voortbestaan op gees enkele wijze in verband is te brengen. Lachen is de reflex waarvan geen direct biologisch nut kan worden vastgesteld. We zouden lachen een luxereflex kunnen noemen. De enige zin die het lijkt te
hebben, is dat het tijdelijk verlichting brengt van de druk van doelbewuste activiteiten.

De tweede paradox, die met de eerste samenhangt, is dat bij komische gebeurtenissen sprake is van een opvallende discrepantie tussen de aard van de prikkel en de aard van de respons. Bij de opwaartse beweging van het been ten gevolge van een tik onder de knieschijf functioneren 'stimu¬lus' en 'respons' op hetzelfde primitieve fysiologische niveau, zonder dat de tussenkomst van hogere, mentale functies is vereist. Dat evenwel een zo complexe mentale activiteit als het lezen van een humoristisch verhaal een specifieke reflex in de vorm van een contractie van de aangezichts¬musculatuur opwekt, is een fenomeen waarover filosofen zich sinds Plato hebben verbaasd. Er bestaat gees ondubbelzinnige, voorspelbare respons om een spreker duidelijk te maken dat hij zojuist zijn toehoorders van iets heeft weten te overtuigen, maar zodra hij een mop of grap vertelt, dient het daaropvolgende gelach als proefondervindelijk bewijs. Humor is de enige communicatievorm, waarbij een stimulus op een hoog niveau van complexi¬teit een stereotiepe, voorspelbare respons op het niveau van fysiologische reflexes veroorzaakt. Dit biedt ons tevens de mogelijkheid om de respons als indi¬cator te gebruiken voor de aanwezigheid van die ongrijpbare kwaliteit die we humor noemen — zoals we het tikken van een Geigerteller gebruiken om de aanwezigheid van radioactiviteit vast te stellen. Over een dergelijk middel beschikken we niet bij andere vormen van creatieve expressie. En omdat de stag van het verhevene naar het lachwekkende omkeerbaar is, kan een onderzoek naar de humor de psycholoog belangrijke aankno¬pingspunten verschaffen voor een onderzoek naar de creativiteit in het algemeen.

3
De scala van ervaringen, die ons aan het lachen kan maken, is enorm: van gekieteld worden tot aangename geestelijke prikkelingen van de meest uiteenlopende en geraffineerde aard. Ik wil proberen aan te tones dat er in deze enorme verscheidenheid een eenheid te ontdekken valt: een ge¬meenschappelijke noemer in de vorm van een specifiek en als zodanig identificeerbaar patroon, dat de 'logica' of 'grammatica' van humor beli¬chaamt. Enkele voorbeelden kunnen ons helpers dit patroon te ontrafelen.
(a) Een masochist is iemand die ervan houdt om 's ochtends een koude douche te nemen en daarom altijd een warme neemt.
(b) Aan een Engelse Lady wordt door een vriendin gevraagd, wat er volgens haar van haar overleden echtgenoot is geworden, waarop deze antwoordt: 'Ach, ik desk dat de brave ziel nu de eeuwige gelukzaligheid geniet, maar ik zou liever willen dat je zulke vervelende onderwerpen niet aansneed'.
(c) Een dokter troost zijn patient: 'U lijdt aan een heel ernstige ziekte. Van de tien mensen die ze krijgen, overleeft er maar één. Gelukkig dat u bij mij bent gekomen, want ik heb net negen patienten gehad die aan deze ziekte leden, en die zijn allemaal doodgegaan.'
(d) Dialoog uit een film van Claude Berri:
'Mijnheer, ik kom de hand van uw dochter vragen.'
'Ach, waarom niet, de rest heb je immers ook al gehad.
(e) Een markies aan het hof van Lodewijk XV keert onverwacht terug van een refs en treft zijn echtgenote in haar boudoir aan in de armen van een bisschop. Na een korte aarzeling loop hij naar het venster, leunt naar buiten en maakt met zijn armen gebaren alsof hij de mensen op straat zegent.
Wat ben je aan het does?' roept zijn gekwelde vrouw.
'Monseigneur doet mijn plichten, dus doe ik de zijne.'

Valt er in deze verhaaltjes een gemeenschappelijk patroon te ontdek¬ken? Om bij de laatste te beginners: na even nadenken ontdekken we dat het gedrag van de markies even onverwacht als logisch is — alleen van een logica die in zulke situaties gewoonlijk niet wordt toegepast: de logica van de arbeidsverdeling, waar regels gelden die zo oud zijn als de menselijke beschaving. We hadden evenwel verwacht dat zijn reacties door een ander stel regels geleid zouden worden, namelijk door de regels behorend bij de code van de seksuele moraal. Het is de plotselinge botsing van deze elkaar wederzijds uitsluitende regelsystemen — of associatieve contexten of cognitieve holons — die het komisch effect oplevert. Ze dwingt ons om de situatie gelijktijdig in twee op zichzelf logische maar onverenigbare refe¬rentiekaders te plaatsen; ze last ons gelijktijdig waamemen op twee ver¬schillende golflengten. Zolang deze ongewone toestand duurt, wordt de gebeurtenis niet, zoals normaal het geval is, geassocieerd met één referen¬tiekader, maar gebisocieerd met twee.
Ik heb de term 'bi-sociatie' bedacht om een onderscheid te maken tussen de gewone sleur van het gedisciplineerde denken binnen één taal-universum — op één enkel vlak als het ware — en die creatieve vormen van geestelijk bezig-zijn, die zich altijd op meer vlakken tegelijk bewegen. In de humor kan de creatie van een subtiel grapje, evenals de re-creatieve daad van het begrijpen daarvan, ons door de plotselinge sprong van het ene vlak (of associatieve context) naar het andere een aangename geestelijke schok bezorgen.

Laten we nu eens kijken naar de andere voorbeelden. In de filmdia¬loog wordt de 'hand' van de dochter eerst in een metaforisch referentieka¬der waargenomen en dan opeens in een letterlijke, lichamelijke context geplaatst. De dokter denkt in termen van statistische waarschijnlijkheden, waarvan de regels niet gelden voor individuele gevallen; en daar komt dan nog de verdraaiing bij dat de overlevingskansen van de patient, in afwij¬king van wat we in onze naiviteit geneigd zijn te geloven, niet beinvloed worden door wat eraan vooraf is gegaan, maar onveranderlijk één op tien blijven. Dit is één van de fundamentele paradoxes van de waarschijn¬lijkheidsleer; in het wiskundige grapje zit een raadsel verscholen.
De weduwe, die de dood ziet als 'eeuwige gelukzaligheid' en tegelij¬kertijd een 'vervelend onderwerp' vindt, verzinnebeeldt het menselijke Tatum te moeten levers in het 'verdeelde huffs van geloof en rede'. Ook in dit grapje klinken onbewuste boven- en ondertonen door, alleen waar¬neembaar voor het innerlijke oor. De masochist onder de douche, die zichzelf bestraft door zich van zijn dagelijkse straf te beroven, wordt geleid door regels die een omkering zijn van de normale logica. (We kunnen ook cen patroon construeren waarin beide referentiekaders zijn omgekeerd: ' Een sadist is iemand die aardig is voor een masochist'.) Maar de verteller van het grapje gelooft niet L-cht dat het nemen van een warme douche voor de masochist een straf is; hij pretendeert alleen maar het te geloven. Ironie is het meest effectieve wapen van de satiricus; hiermee pretendeert hij de argumentatie van de tegenpartij te aanvaarden ten einde de daarin schuilende absurditeit of verwerpelijkheid te onthullen.
Het gemeenschappelijke patroon waarop al deze verhaaltjes berus¬ten, bestaat dus uit het waarnemen van een situatie of idea in twee op zichzelf logische maar onderling strijdige referentiekaders of associatieve contexten. We zouden het een botsing van twee mentale holons kunnen noemen, waar¬van elk beheerst wordt door zijn eigen regels. Aangetoond kan worden dat deze formula geldt voor alle vormen van humor en geestigheid — waarvan straks nog enkele zullen worden besproken. Toch dekt ze maar één aspect van humor, namelijk de logische structuur ervan. We gaan ons nu bezighouden met een ander fundamenteel aspect: de emotionele dyna¬miek, die deze structuur leven inblaast en ons last lachen, glimlachen of giechelen.

4
Wanneer een komiek een anekdote vertelt, is hij er bewust op uit in zijn toehoorders een bepaalde spanning op te wekken die stijgt naarmate het verhaal vordert. De verwachte climax wordt evenwel nooit bereikt. De clou of pointe fungeert als een verbale guillotine die kop en staart van het verhaal abrupt van elkaar scheidt. Onze gespannen verwachtingen wor¬den niet beloond. De spanning die we voelden, is opeens overtollig geworden en explodeert in gelach, zoals water dat uit een lekke pijp wegvloeit. Anders uitgedrukt: lachen rekent of met emotionele verwach¬tingen die hun bestaansgrond verloren hebben en weggewerkt moeten worden langs fysiologische wegen van de minste weerstand. Het is de task van de luxereflex om deze wegen te verschaffen.
Een blik op een karikatuur van Hogarth of Rowlandson, waarop de ruwe genoegens van het 18de-eeuwse herbergbezoek staan afgebeeld, is voldoende om te beseffen dat de ons hier getoonde personen bezig zijn om door middel van het samentrekken van hun gelaatsspieren tot grimassen, het slaan op hun dijen en het stotende ademhalen via een half gesloten stemspleet, hun adrenalineoverschot wag te werken. Hun rood-aangelo¬pen gezichten onthullen dat de emoties, die via deze druk-verlichtende veiligheidskleppen vrijkomen, het karakter van wreedheid, afgunst en seksuele begeerte dragen. Bladerend door een album met spotprenten uit de New Yorker maakt de bulderende lack echter plaats voor een geamu¬seerde glimlach, die van tijd tot tijd vluchtig om de lippen speelt: de overvloedige adrenalinestroom is nu als het ware gedistilleerd en uitge¬kristaliseerd in een korrel Attisch zout.

Wanneer we het spectrum van humor doorlopen, van zijn meest grove tot zijn meest subtiele vormen, van een poets die iemand je bakt tot een raadsel waar je je hersens op pijnigt, van hatelijkheden tot ironie of van een anekdote tot een epigram, komen we tot de ontdekking dat het emotionele klimaat een analoge verandering ondergaat. De emotie die zich ontlaadt in bulderend gelach is agressie, beroofd van haar object; kleine kinderen lachen doorgaans het hardst om grappen met een scatolo¬gische strekking; jongeren van alle leeftijdsklassen maken zich vrolijk over seksuele grappen; wrange grappen speculeren op onderdrukte gevoelens van sadisme, satire op gerechtvaardigde verontwaardiging. In de ver¬schillende vormen van humor kan een enorme verscheidenheid aan stemmingen en gevoelens een rol spelen, met inbegrip van gemengde of tegenstrijdige gevoelens. Maar hoe het mengsel ook uitvalt, één basis-in¬gredient moat het altijd bevatten: een impuls van agressie of vrees, hoe zwak deze misschien ook is. Daze impuls kan zich manifesteren in de vorm van plaagzucht of smalende minachting, maar ook in de versluierde wreedheid van een minzame bejegening, of Touter in een afwezigheid van sympathie voor het slachtoffer van de grap — 'een tijdelijke anaesthesia van het hart', zoals Bergson het noemde. In subtielere vormen van humor kan de agressieve neiging zo ternauwernood waarneembaar zijn, dat alleen een zorgvuldige analyse haar kan opsporen, zoals een paar kor¬reltjes zout in een goedbereide maaltijd — welke zonder deze korrels evenwel smakeloos zou zijn. Vervang agressie door sympathie, en de¬zelfde situatie — een dronkaard die op zijn gezicht valt — is niet langer komisch, maar tragisch, en wekt geen gelach op maar medelijden. Het is het agressieve element, d.w.z. de kwaadaardige neigingen of de plaag¬zucht, opgewekt bij degene die het komische vertolkt of onder woorden brengt, waardoor het deerniswekkende wordt omgezet in het lach¬wekkende, de tragedie in de parodie. Kwaadaardigheid of plaagzucht kunnen ook samengaan met genegenheid, bijvoorbeeld in vriendschap¬pelijke plagerijen, of in situaties waarin we niet goad weten of we nu moeten lachen of huilen, zoals om de peck die Charlie Chaplin blijft achtervolgen; en bij mensen met een zekere'innerlijke'beschaving kan de agressieve component gesublimeerd worden, of verdrongen naar het onderbewuste. De grappen die kinderen en minder beschaafde lieden het meest aanspreken, zitten daarentegen vol wreedheid en snoeverige zelf¬bevestiging. Een in 1961 onder Amerikaanse kinderen van 8 tot 15 jaar gehouden onderzoek leverde de conclusie op dat 'het vernederen, in verlegenheid brengen of voor de gek houden van iemand ((de kinderen)) heel gauw aan het lachen maakte, terwijl een geestige of grappige opmer¬king dikwijls ongemerkt aan hun aandacht voorbijging'.

Verwante opvattingen over het komische worden weerspiegeld door de theorie6n en praktijken die vroeger in zwang waren. Volgens Aristote¬les was lachen nauw verbonden met lelijkheid en vernedering. Cicero was van oordeel dat 'het gebied van het lachwekkende ... te vinden is in zekere vormen van onedelheid en mismaaktheid'. Descartes geloofde dat lachen een uiting was van vreugde 'vermengd met verrassing of haat en sours met allebei'. Op Francis Bacons lijst van oorzaken die mensen aan het lachen kunnen maken, stond 'mismaaktheid' bovenaan. Een van de meest aangehaalde uitspraken over dit onderwerp is de nu volgende definitie van Thomas Hobbes uit Leviathan:
'De passie van het lachen is niets anders dan een plotseling gevoel van triomf veroorzaakt door de onverwachte ontdekking van de één of andere voortreffelijkheid in onszelf tegenover de zwakheid van anderen, of tegenover die van onszelf uit een periode die achter ons ligt.'

Wanneer we dit in onze terminologie vertalen, komt lachen naar voren als een onschuldige uitlaatklep voor een plotseling overstromen van de zelf-assertieve tendens. Op welke punters de theoretics ook van mening verschillen, over een punt zijn vrijwel allen het eens: dat de emoties, die bij het lachen vrijkomen, altijd een element van agressiviteit bevatten. Agressie vormt evenwel een tweelingverschijnsel met vrees. Psychologen spreken van'agressief-defensieve impulsen'. Hiermee correspondeert het feit, dat een van de geijkte situaties waarin mensen gaan lachen, het moment is waarop de vrees voor een denkbeeldig gevaar plotseling op¬houdt te bestaan. Zelden zien we lachen als een wegvloeien van overtol¬lige spanningen duidelijker gedemonstreerd dan in de plotselinge uit¬drukkingsverandering op het gezicht van een kind, dat zojuist nog in angstige spanning verkeerde en nu opgelucht en blij lacht. Met humor lijkt dit niets te makers te hebben; maar bij nadere beschouwing ontdekken we ook hier weer de logische structuur die we in eerdere gevallen tegenkwa¬men: eerst wordt het keffende hondje door het kind waargenomen in een context van gevaar, en dan als een vriendehjk kwispelend huisdier; de spanning is plotsklaps overtollig geworden en baant zich een weg naar buiten.
Immanuel Kant besefte dat lachen wordt veroorzaakt 'doordat een gespannen verwachting plotseling wordt omgezet in niets.' Herbert Spencer nam deze gedachte over en trachtte haar te formuleren in fysiolo¬gische termen: 'Emoties en gewaarwordingen brengen gewoonlijk li¬chaamsbewegingen met zich mee ... Wanneer de aandacht van het be¬wustzijn zich onverwacht van grote op kleine dingen richt', zal de 'vrijge¬komen zenuw-kracht' zichzelf verbruiken langs de weg van de minste weerstand — en dat zijn de lichaamsbewegingen waarmee lachen gepaard gaat. Freud verbond Spencers theorie over de humor met zijn eigen theorieen en legde daarbij de speciale nadruk op de onderdrukte emoties die bij het lachen vrijkomen; hij probeerde ook te verklaren waarom de overmaat aan energie uitgerekend langs deze en niet langs andere wegen naar buiten komt:
Voorzover ik weet, manifesteert de grimas, die het lachen kenmerkt en veroorzaakt wordt door het vertrekken van de mondhoeken, zich voor het eerst op het moment dat de bevredigde en geheel verzadigde zuige¬ling, bijna ingedommeld, de borst last schieten ... Zij vormt als het ware de lichamelijke uitdrukking van het besluit geen voeding meer te nemen, alsof het kind zou willen zeggen: 'Genoeg', of: 'Meer dan genoeg' ... Deze primaire betekenis van 'aangename verzadiging' legt wellicht de basis voor de latere verbinding van glimlachen — dat immers de grondslag is van het lachen — met andere aangename ontspanningsprocessen.'
Met andere woorden, de spiercontracties van de glimlach, als de vroegste uitdrukking van opgeloste spanningen, zouden voortaan dienst doen als weg van de minste weerstand. Evenzo hjkt het stootsgewijs ademhalen, waar het lachen mee gepaard gaat, de functie te hebben our een overmaat aan spanningen 'weg te blazers' en dienen de levendige gebaren kennelijk eenzelfde doel.
Men zou hier evenwel tegenin kunnen brengen dat zulke forse reacties dikwijls in geen enkele verhouding lijken te staan tot de onbe¬duidende prikkels waardoor ze in het levers werden geroepen. Maar we mogen niet vergeten dat lachen een verschijnsel is van het lont-kruitvat¬type, waarbij het kleinste vonkje een explosieve reactie teweeg kan bren¬gen in enorme voorraden opgeslagen emoties, waarvan de oorsprong vaak in het onderbewuste is gelegen: onderdrukt sadisme, opgekropte seksuele frustraties, niet-herkende angsten en zelfs verveling: de lach¬salvo's in een klaslokaal, naar aanleiding van een onbeduidend voorval, vormen een graadmeter voor de wrevel die zich tijdens een saaie les heeft opgehoopt. Nog een andere factor die de reactie in verhouding tot de prikkel in onevenredige mate kan versterken, is de aanstekelijkheid die lachen als verschijnsel deelt met andere emotionele uitingen van groepsgedrag.

Lachen of glimlachen kan ook veroorzaakt worden door prikkels die op zichzelf niet komisch zijn maar als tekens of symbolen fungeren voor vertrouwde komische patronen: de laarzen van Charlie Chaplin, de sigaar van Groucho Marx, standaarduitdrukkingen, of toespelingen op grapjes die iedereen kept. Om te ontdekken waarom we lachen, moeten we sours een lange en ingewikkelde draad van associaties terugvolgen naar de oorsprong. Een extra moeilijkheid hierbij is dat het effect van zulke komi¬sche symbolen — of het nu in een spotprent is of op het toneel — ogenblikkelijk lijkt in te treden, waardoor er geen tijd over blijft voor de respectievelijke ophoping en ontlading van 'verwachtingen' of 'emotio¬nele spanningen'. Hier komt evenwel het geheugen te hulp, namelijk als accu waarvan de lading op elk moment door een vonk kan vrijkomen: de glimlach waarmee we Falstaffs verschijning op het toneel begroeten, is een mengeling van herinneringen en verwachtingen. En ook al lijkt onze reactie op een spotprent uit de New Yorker misschien volledig spontaan, er verloopt altijd enige tijd eer we 'de grap zien'; de prent heeft ons een verhaaltje te vertellen, al neemt dat misschien maar een paar seconders in beslag.
Uit dit alles moge blijken dat het analyseren van humor een even precaire aangelegenheid is a] het analyseren van de talrijke en veelsoortige i tigredkenten van een parfum — waarvan sommige nooit worden waarge¬iirmen, terwijI andere, afzonderlijk opgesnoven, ons het hoofd vol wal¬ging zouden doen afwenden.

5
Ik heb ik de logische structuur en daarna de emotionele dynamiek van le humor besproken. Wanneer we beide gezamenlijk nemen, krijgen we het volgende beeld: de bisociatie van een situatie of idee met twee onder¬liiig strijdige contexten, en de ogenblikkelijke verplaatsing van de ge¬dachtengang van de ene context naar de andere die daaruit voortvloeit, maakt aan onze 'gespannen verwachtingen' abrupt een eind; de opge¬kropte emotie, beroofd van haar object, komt opeens in de lucht te hangen en ontlaadt zich in gelach. Wanneer de markies naar het venster snelt en zijn handers uitstrekt om de mensen op straat te gaan zegenen, maakt ons intellect een buiteling en stort zich vervolgens met vuur in het nieuwe spelt maar voor de boosaardige erotische gevoelens, die aan het begin van het verhaal in ons waren opgewekt, is in deze nieuwe context geen plaats meer, en zij banen zich via het lachen een weg naar buiten, als lucht die uit een lekke band ontsnapt. Anders geformuleerd: We lachen omdat onze emoties trager en hardnekkiger zijn dan onze denkprocessen. Affecten kunnen geen gelijke tred houden met argumenten, omdat zij, anders dan ar¬gumenten, niet op staande voet 'vanrichting kunnen veranderen'. Voor de fysioloog spreekt dit vanzelf: hij weet dat onze zelf-assertieve emoties worden beheerst door het fylogenetisch oude en logge apparaat van het sympathische zenuwstelsel en de hiermee verbonden hormonen, met het gehele lichaam als 'werkterrein', terwijl taal en logica gevangen zitten binnen de begrenzingen van de neocortex in het dak van de hersenen. Onze gewone ervaring bevestigt dit bijzondere aspect van de dichotomie van oude en nieuwe hersenen elke dag opnieuw. We worden letterlijk 'vergiftigd' door onze adrenale humeuren ; het kost tijd om iemand al pratend van een bepaalde stemming af te helpers; angst en woede hebben nawerkingen die nog kunnen voortduren wanneer de oorzaken al lang uit de wereld zijn geholpen. Indien we even snel van stemming konden veranderen als van gedachten, zouden we gevoelsacrobaten zijn; maar helaas zijn we dat niet, en onze gedachten en gevoelens drijven dikwijls uiteen. Wat zich via lachen ontlaadt, zijn de door het denken in de steek gelaten emoties. Omdat onze emoties trager zijn dan onze denkprocessen, zoals we gezien hebben, zijn ze niet in staat om de plotselinge sprong van ideeen naar een ander soort logica te makers; emoties hebben de neiging om steeds een rechte lijn te volgen. Aan zijn news wordt in Shakespeare's De Storm Caliban door Ariel meegevoerd; zij springt op een tak, hij botst tegen een boom. Aldous Huxley schreef eens:
'We dragen een klierstelsel in ons, dat schitterend was aangepast aan het leven in paleolithische tijden, maar niet in dezelfde mate aan het leven in onze tijd. Zo hebben we de neiging om meer adrenaline te produceren dan goed voor ons is en staan we voor de keuze onszelf te onderdrukken, waardoor destructieve energieën zich naar binnen richten, of onszelf te laten gaan en mensen te gaan slaan.'

Mensen uitlachen is een derde mogelijkheid. Voor beteugelde agres¬sie bestaan nog andere uitlaatkleppen, zoals wedstrijdsport of literaire kritiek; maar daarbij gaat het om aangeleerde vaardigheden, terwijl lachen als aangeboren gave tot onze natuurlijke uitrusting behoort. De klieren die onze emoties beheersen, belichamen een evolutiestadium waarin de strijd om het bestaan heel wat dodelijker was dan nu en waarin op onbekende verschijningen of vreemde geluiden werd gereageerd met springers, dreigen, vechten of wegrennen. Naarmate de veihgheid en gemakken voor onze soort toenamen, groeide ook de behoefte aan nieuwe uit¬laatkleppen voor het verwerken van emoties die via hun oorspronkelijke kanalen niet meer konden vrijkomen; lachen is daar een duidelijk voor¬beeld van. Maar het kon pas tot ontwikkeling komen, toen de rede zich al een bepaalde mate van onafhankehjkheid had verworven tegenover de 'blinde' drifters van het gevoel. Beneden het niveau van de mens vormen denken en voelen een schijnbaar ondeelbare eenheid. Pas nadat het den-ken zich stukje bij beetje van het voelen had losgemaakt, was de mens in staat zijn emoties als 'overtollig' te gaan zien en tegenover de 'humores' van zijn klieren en de humeuren die deze met zich brachten een gevoel voor humor te plaatsen, waarna hij tenslotte lachend kon bekennen:
'Ik heb me voor de gek laten houden'.

......

SAMENVATTING
Humor vormt een achterdeur naar het domein van de creativiteit, omdat hij het enige voorbeeld is van een complexe geestelijke prikkel, die een eenvoudige lichamelijke respons opwekt — de lach-reflex.
Ter aanduiding van het uniforme patroon, waarop alle varieteiten van humor berusten, heb ik de term 'bi-sociatie' voorgesteld: het gelijktijdig waarnemen van een situatie in twee onderling strijdige associatieve con¬texten. Het resultant hiervan is een abrupte verplaatsing van de bewustzijnsstroom naar een andere bedding, waar een andere logica of 'spelregel' van kracht is. De geestelijke schok, waarmee dit gepaard gaat, last onze verwachtingen in de lucht hangen; de emoties, die door deze verwach¬tingen wares gewekt, zijn plotseling overtollig geworden en worden via het lachen langs kanalen van de minste weerstand weggespoeld.
In deze emoties, hoe complex ook, schuilt altijd een krachtig en overheersend element van de zelf-assertieve, agressief-defensieve ten-dens. Ze worden gevoed door de oeroude, adrenosympathische tak van het zenuwstelsel — de oude hersenen — en hebben een groter traagheidsmoment en een taaiere hardnekkigheid clan de subtiele en kronkelige processes van de corticale rede waarmee ze geen gelijke tred kunnen houden. Wat zich op onschuldige wijze via het lachen ontlaadt, is de door het denken in de steek gelaten emotie. Maar deze luxe-reflex kon alleen tot ontwikkeling komen in een wezen wiens denken zich ten op¬zichte van zijn biologische driften tot op zekere hoogte had geemancipeerd, waardoor het in de gelegenheid was om zijn emoties als overtollig te zien — en te erkennen dat het zich voor de gek had laten houden. De mens die lacht, is het tegendeel van de fanaticus wiens rede door emoties is verblind — en die zich Mf voor de gek houdt.
Na deze theorie op verschillende genres van het komische te hebben toegepast, varierend van gekieteld worden tot sociale satire, heb ik de stilistische en technische criteria van humor behandeld: originaliteit of onverwachtheid; beklemtoning door middel van selectie, overdrijving en vereenvoudiging; en het tegendeel daarvan: spaarzaamheid, of de verborgen betekenis die het publiek door middel van 're-creatieve' inspanningen moet trachten op te spores.
Tenslotte kunnen de korte verwijzingen naar creativiteit in weten¬schap en kunst aan het eind van het hoofdstuk als inleiding dienen op het nu volgende.

Frank zei

Lachen is genieten, en genieten is leven.Vandaag 300 keer gelachen, goe bezig.......

Tony zei

Stel je staat, in 4de prov, 13-0 achter en je beslist om met je blote kont op de voetbal te gaan zitten...da's toch lachen-gieren-brullen zeker?
Neen, niet in Belgistan want hier is dat 1 jaar schorsing!
Voor mij alvast een reden om 2 maal te lachen.
:D

Jef zei

:-D